contacteer ons: 03/203.44.00 of administratie@vsbb.be

Veel gestelde vragen (FAQ’s)

Hier vind je de antwoorden op de vragen die gesteld zijn via het contactformulier van onze website.

Hoe gaan we te werk?

Wanneer iemand via het contactformulier op deze website een vraag stelt, dan wordt deze vraag eerst voorgelegd in de vergadering van de Raad van Bestuur van de VSBB.

  • In afwachting van de eerstvolgende vergadering van de Raad van Bestuur, ziet u de status : “In behandeling”.
  • Er word in bovenvermelde vergadering een mogelijk antwoord geformuleerd en als er een consensus bereikt wordt over het antwoord, dan volgt publicatie van het antwoord op deze pagina.
  • Indien het antwoord echter een verder onderzoek vereist of als er geen meerderheid akkoord is met het antwoord, dan wordt er een werkgroep van deskundigen samengesteld om het probleem te bekijken en een antwoord of een nieuw antwoord te formuleren en het terug aan de Raad van Bestuur voor te leggen. In dit geval zie je de status : “Ter discussie” Dit antwoord of nieuw antwoord wordt aan de Raad van Bestuur voorgelegd en indien er een consensus bereikt wordt over het antwoord, dan volgt er eveneens publicatie van het antwoord op deze pagina.

De Code van Goede Praktijk Stellingbouw is een dynamisch document. De vragen die gesteld worden aan de VSBB kunnen een weerslag krijgen in de nieuwe versies van het document CvGPS.

 

Stabiliteit

  • Voor een vrijstaande stelling geldt het volgende regeltje : “smalste basis x 3”. Ik hoor in de wandelgangen dat dit in Nederland werd aangepast naar : “smalste basis x 2”. Welke regel geldt er momenteel voor de firma’s aangesloten bij de VSBB?

    ANTWOORD :

    Vrijstaande stellingen moeten zoveel als mogelijk vermeden worden.

    De stabiliteit van een vrijstaande stelling wordt ontleend aan volgende factoren:

    1. De verhouding tussen de hoogte en de smalste basis;
    2. het eigen gewicht van de stelling;
    3. de horizontale belasting die optreedt door de wind (= bepaald door de terreincategorie,de standtijd en de periode van het jaar), of andere horizontale belastingen.

     

    Indien het om één of andere reden onmogelijk is om de stelling te verankeren, dan moet er bekeken worden waar de stelling moet gemonteerd worden. Op plaatsen waar de wind weinig invloed heeft op de stelling, bv. in het midden van een industriële installatie, zal de vrije hoogte groter mogen zijn dan bv. in een open vlakte of in een tankpark.

    Een vrijstaande stelling met daarin om de twee meter een werkvloer zal dan weer meer wind vangen dan een stelling met slechts één werkvloer.

    Van invloed zijn de terreincategorie, de tijdsduur van blootstelling aan de wind en de periode van het jaar waarin de stelling moet blijven staan.

    EEN REGELTJE IS HIER DUS NIET ECHT OP TE PLAKKEN!

    Het is aangewezen om stelling per stelling het risico te evalueren. Indien er twijfel zou zijn omtrent de stabiliteit van de geëvalueerde stelling dan is het aangewezen om de stelling te controleren op uitwendig evenwicht (translatie en rotatie).

     

Veiligheid

  • Voor een vrijstaande stelling geldt het volgende regeltje : “smalste basis x 3”. Ik hoor in de wandelgangen dat dit in Nederland werd aangepast naar : “smalste basis x 2”. Welke regel geldt er momenteel voor de firma’s aangesloten bij de VSBB?

    ANTWOORD :

    Vrijstaande stellingen moeten zoveel als mogelijk vermeden worden.

    De stabiliteit van een vrijstaande stelling wordt ontleend aan volgende factoren:

    1. De verhouding tussen de hoogte en de smalste basis;
    2. het eigen gewicht van de stelling;
    3. de horizontale belasting die optreedt door de wind (= bepaald door de terreincategorie,de standtijd en de periode van het jaar), of andere horizontale belastingen.

     

    Indien het om één of andere reden onmogelijk is om de stelling te verankeren, dan moet er bekeken worden waar de stelling moet gemonteerd worden. Op plaatsen waar de wind weinig invloed heeft op de stelling, bv. in het midden van een industriële installatie, zal de vrije hoogte groter mogen zijn dan bv. in een open vlakte of in een tankpark.

    Een vrijstaande stelling met daarin om de twee meter een werkvloer zal dan weer meer wind vangen dan een stelling met slechts één werkvloer.

    Van invloed zijn de terreincategorie, de tijdsduur van blootstelling aan de wind en de periode van het jaar waarin de stelling moet blijven staan.

    EEN REGELTJE IS HIER DUS NIET ECHT OP TE PLAKKEN!

    Het is aangewezen om stelling per stelling het risico te evalueren. Indien er twijfel zou zijn omtrent de stabiliteit van de geëvalueerde stelling dan is het aangewezen om de stelling te controleren op uitwendig evenwicht (translatie en rotatie).

     

  • Dakrandbeveiliging of verhoogde leuning : Is dit iets dat de aanvrager dient te vragen aan een stellingbouwer indien hij verhoogde leuningen wenst t.b.v. werken op daken of is dit iets waar automatisch rekening mee gehouden wordt?

    ANTWOORD:

    Dit moet expliciet gevraagd worden aangezien het ook een invloed heeft op de kostprijs van de stelling.

  • Wat zijn de regels voor aarden van een stelling?

    In jullie CvGPS zocht ik iets over het aarden van stellingen. Op ons bedrijf komt dit ter discussie: aarden ja of nee, soms? Bestaan hierover bepaalde regels (zoals bv ARBO). Wat zijn jullie richtlijnen met betrekking tot het aarden van een stelling in de nabijheid van hoogspanningslijnen (boven- en ondergronds) en tram -en spoorlijnen in dienst? In een Nederlandse richtlijn (NPR5310?) spreekt met van aarden binnen een afstand van 100m tot hoogspanning en 50m tot spoorlijnen.

    ANTWOORD :

    De risicoanalyse van de klant moet uitmaken of de stelling ook tijdens het monteren en/of demonteren ervan al dan niet moet  geaard worden. Het AREI kan hierbij hulp bieden, maar ook publicaties van het NAVB kunnen hierbij helpen.

    • Een stellingbouwbedrijf zal een stelling enkel aarden als het daarvoor de opdracht krijgt van de opdrachtgever.
  • Is een dakrandbeveiliging een stelling volgens de CvGPS?

    De Europese norm EN 13374 omschrijft waaraan een leuning, geplaatst op een dakrand moet voldoen. Afhankelijk van de dakhelling en de valhoogte onderscheiden ze 3 soorten dakrandbeveiligingen (klasse A, B of C). Ik zie in de CvGPS echter geen referentie naar deze norm.

    ANTWOORD :

    Aangezien een dakrandbeveiliging een collectief valbeveiligingssysteem is en geen arbeidsmiddel, moet het niet voldoen aan het KB van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte. Aangezien dit KB de basis is van onze CvGPS, wordt dit ook niet behandeld. We willen er echter op wijzen dat verhoogde leuningen, uitgevoerd met stellingmateriaal, slechts beantwoorden aan de eisen voor leuningen zoals vermeld in de EN 12811-1. Deze bieden geen extra weerstand en kunnen daardoor een vals gevoel van veiligheid geven.

    Voor meer info i.v.m. de typische dakrandbeveiliging is het aangewezen om je tot het NAVB te richten.

  • Mag er tussen de verdiepen geklommen worden langs de staanders van de stelling?

    Stellingbouwers klimmen meestal langs de staanders van de ene verdieping van een stelling naar de andere? Moet dat niet met ladders?

    ANTWOORD :

    Artikel 434.6.3 van het ARAB luidt als volgt : “Het is verboden zich van de ene naar de andere verdieping van een afgewerkte stelling te begeven door langs de elementen van het geraamte ervan te klimmen of er zich langs te laten glijden.”

    Dit artikel is gemaakt voor de gebruikers van een afgewerkte stelling. Vermits stellingbouwers de stelling monteren kunnen we niet spreken van een afgewerkte stelling en is het bovenvermelde ARAB artikel niet van toepassing op stellingbouwers.

    De FOD WASO stelt dat een stellingbouwer er tijdens de montage van een stelling moet op toezien dat deze niet door derden kan betreden worden. Het aanbrengen van een verbodsbord is niet voldoende! De toegang tot de stelling moet fysiek afgeschermd worden. Dit kan door op de ladder een hulpstuk aan te brengen zodat deze ontoegankelijk wordt, of door de onderste ladder pas te monteren als de ganse stelling af is en kan vrijgegeven worden voor gebruik. Door te voldoen aan deze regel heeft de stellingbouwer geen andere keuze dan bepaalde delen van de stelling via de staanders te bereiken.

    Vermits een stellingbouwer uitgerust is met een veiligheidsharnas dat voorzien is van 2 ankerlijnen, moet hij zich ten allen tijde voor de volle 100% beveiligen tegen vallen. Dus ook bij het beklimmen van een staander moet hij gebruik maken van zijn beide ankerlijnen om zich 100% tegen vallen te beveiligen.

    Met uitzondering van de onderste, worden de ladders gemonteerd van zodra het mogelijk is om ze onder de juiste helling te monteren, zodat ze, al naargelang de stelling in hoogte vordert, niet moeten geherpositioneerd worden.

    In het gedeelte van de stelling waar reeds ladders gemonteerd werden, moet ook de stellingbouwer van deze ladders gebruik maken.

Wetgeving en reglementering

  • Wat zijn de regels voor aarden van een stelling?

    In jullie CvGPS zocht ik iets over het aarden van stellingen. Op ons bedrijf komt dit ter discussie: aarden ja of nee, soms? Bestaan hierover bepaalde regels (zoals bv ARBO). Wat zijn jullie richtlijnen met betrekking tot het aarden van een stelling in de nabijheid van hoogspanningslijnen (boven- en ondergronds) en tram -en spoorlijnen in dienst? In een Nederlandse richtlijn (NPR5310?) spreekt met van aarden binnen een afstand van 100m tot hoogspanning en 50m tot spoorlijnen.

    ANTWOORD :

    De risicoanalyse van de klant moet uitmaken of de stelling ook tijdens het monteren en/of demonteren ervan al dan niet moet  geaard worden. Het AREI kan hierbij hulp bieden, maar ook publicaties van het NAVB kunnen hierbij helpen.

    • Een stellingbouwbedrijf zal een stelling enkel aarden als het daarvoor de opdracht krijgt van de opdrachtgever.
  • Wie mag er stellingkaarten (betredingslabels) handtekenen en wat moet erop staan?

    ANTWOORD :

    Enkel een stellingkeurder en/of een stellinginspecteur mag een betredingslabel (stellingkaart) aftekenen om een stelling vrij te geven voor gebruik. Nadat de stelling werd vrijgegeven voor gebruik, moet de controle gebeuren door de bevoegd persoon van elk bedrijf wiens werknemers op de stelling gaan werken.

    Op een betredingslabel (stellingkaart) staat het best zoveel mogelijk informatie i.v.m. wat mag of moet om de stelling onder veilige omstandigheden te gebruiken, doch minimum de datum van vrijgave en de max. toelaatbare nuttige belasting van de werkvloer.

  • Is een dakrandbeveiliging een stelling volgens de CvGPS?

    De Europese norm EN 13374 omschrijft waaraan een leuning, geplaatst op een dakrand moet voldoen. Afhankelijk van de dakhelling en de valhoogte onderscheiden ze 3 soorten dakrandbeveiligingen (klasse A, B of C). Ik zie in de CvGPS echter geen referentie naar deze norm.

    ANTWOORD :

    Aangezien een dakrandbeveiliging een collectief valbeveiligingssysteem is en geen arbeidsmiddel, moet het niet voldoen aan het KB van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte. Aangezien dit KB de basis is van onze CvGPS, wordt dit ook niet behandeld. We willen er echter op wijzen dat verhoogde leuningen, uitgevoerd met stellingmateriaal, slechts beantwoorden aan de eisen voor leuningen zoals vermeld in de EN 12811-1. Deze bieden geen extra weerstand en kunnen daardoor een vals gevoel van veiligheid geven.

    Voor meer info i.v.m. de typische dakrandbeveiliging is het aangewezen om je tot het NAVB te richten.

  • Mag er tussen de verdiepen geklommen worden langs de staanders van de stelling?

    Stellingbouwers klimmen meestal langs de staanders van de ene verdieping van een stelling naar de andere? Moet dat niet met ladders?

    ANTWOORD :

    Artikel 434.6.3 van het ARAB luidt als volgt : “Het is verboden zich van de ene naar de andere verdieping van een afgewerkte stelling te begeven door langs de elementen van het geraamte ervan te klimmen of er zich langs te laten glijden.”

    Dit artikel is gemaakt voor de gebruikers van een afgewerkte stelling. Vermits stellingbouwers de stelling monteren kunnen we niet spreken van een afgewerkte stelling en is het bovenvermelde ARAB artikel niet van toepassing op stellingbouwers.

    De FOD WASO stelt dat een stellingbouwer er tijdens de montage van een stelling moet op toezien dat deze niet door derden kan betreden worden. Het aanbrengen van een verbodsbord is niet voldoende! De toegang tot de stelling moet fysiek afgeschermd worden. Dit kan door op de ladder een hulpstuk aan te brengen zodat deze ontoegankelijk wordt, of door de onderste ladder pas te monteren als de ganse stelling af is en kan vrijgegeven worden voor gebruik. Door te voldoen aan deze regel heeft de stellingbouwer geen andere keuze dan bepaalde delen van de stelling via de staanders te bereiken.

    Vermits een stellingbouwer uitgerust is met een veiligheidsharnas dat voorzien is van 2 ankerlijnen, moet hij zich ten allen tijde voor de volle 100% beveiligen tegen vallen. Dus ook bij het beklimmen van een staander moet hij gebruik maken van zijn beide ankerlijnen om zich 100% tegen vallen te beveiligen.

    Met uitzondering van de onderste, worden de ladders gemonteerd van zodra het mogelijk is om ze onder de juiste helling te monteren, zodat ze, al naargelang de stelling in hoogte vordert, niet moeten geherpositioneerd worden.

    In het gedeelte van de stelling waar reeds ladders gemonteerd werden, moet ook de stellingbouwer van deze ladders gebruik maken.

  • Betekenis van verschillende titels (keurder, inspecteur, bevoegd persoon, …)

    Stellingkeurder, veiligheidsbeoordelaar steigers I, II en III, stellingcontroleur, bevoegd persoon, stellinginspecteur, enz…….
    Allemaal titels of benamingen voor wat juist??
    En wie mag er nu stellingkaarten tekenen en wat moet daar dan op staan?

    ANTWOORD:

    • Dit zijn allemaal titels die gebruikt worden om stellingen te kunnen beoordelen, zij het met een verschil in niveau;
    • Er worden hier titels door elkaar gebruikt die gangbaar zijn in twee landen, namelijk Nederland en België;
    • Vermits we Belgische stellingbouw bedrijven zijn, belichten we enkel de toestand in België;
    • Volgende mensen moeten kunnen aantonen dat ze een opleiding genoten voor de titel die ze dragen:

    -> De gebruiker van een stelling;

    -> De bevoegde persoon die aangesteld wordt door het bedrijf van de stellinggebruiker;

    -> De bevoegde persoon die aangesteld wordt door het bedrijf dat de stelling monteert;

    • Wat deze mensen moeten kunnen en kennen staat beschreven in het KB van 31/08/2005
    • Ook een stellingkeurder en/of een stellinginspecteur moeten een opleiding kunnen bewijzen. Een stellingkeurder mag enkel stellingen waarvoor geen berekeningsnota moet opgesteld worden vrijgeven, een stellinginspecteur mag alle stellingen vrijgeven;
    • Al deze opleidingen kunnen in België een bedrijfsintern karakter hebben, maar je moet als bedrijf de opleiding wel kunnen aantonen. De opleidingen kunnen ook extern gevolgd worden bij instanties zoals bv. het NAVB / FVB.
    • We willen er wel op wijzen dat er bedrijven zijn die een opleiding “stellinginspecteur” (steigerinspecteur) aanbieden van 1 dag. Dergelijke opleiding is voor ons van generlei waarde. Het is onmogelijk om zelfs, al zou het om een “met stellingbouw vertrouwd iemand gaan” deze in één dag op te leiden tot stellinginspecteur.